| |

|
|
Langzaam liep ik de
oude stenen trappen op naar het lokaal, zo dicht mogelijk langs de gele
tegelmuren die de voetstappen en het geschreeuw van leerlingen weerkaatsten.
Het licht viel in stroken door de kleine ramen. Jongens raasden als uit
een andere dimensie langs me heen, het leek wel Star Trek. Al liepen ze
dwars door me heen, galmden hun stemmen nog harder, er was geen contact.
Wat stond me vandaag te wachten? Mijn agenda beklad, mijn tas verstopt,
mijn sportbroek...
Zo begint een hoofdstuk
in mijn roman Ogen open!.
Bestel hem hier en ik krijg er extra provisie
op. Bedankt!
|
|
 |
|
Interview
UCEA: In je
boek verschijnt ook ene Steen ten tonele. Niet een bepaald sympathiek
figuur, vooral niet voor homo's. Hoe kun je naar jouw mening het beste
omgaan met types als Steen?
Steen is een pester en gebruikt het woord homo als scheldwoord. Uit het
verhaal blijkt dat hij een grote mond heeft en je kunt al wel een beetje
raden dat hij een klein hartje heeft. Als je het vanuit een religieus
standpunt bekijkt dan zijn deze persoon en situatie er om iets van te
leren. Je hebt zelf ook een aandeel in het gebeuren, en als je het zo
gaat bekijken verandert er iets. Het was in mijn geval een negatieve fixatie
op de persoon en de situatie, en als je probeert je eigen angst onder
ogen te zien en te waarderen wordt die minder. Dat kan je helpen om de
stap te maken om er met afstand en humor naar te kijken. Die persoon is
net als jij door God geschapen om iets te leren, en je kunt dus door je
weerstand heen gaan en van elkaar leren. Als je het zo bekijkt dan schrik
je niet meer zo snel en reageer je vanzelf goed, b.v. met humor of door
een afkeurende blik. Maar het blijft soms lastig, ik ben vaak niet zo
snel in mijn reacties.
|